Een uitgave van het Center for People and Buildings (Delft,
2003)
112 pp. Prijs: 40€ excl. BTW en verzendkosten.
ISBN 90-807720-2-x
De meerderheid van de Nederlandse beroepsbevolking heeft een
kantoorbaan. Op het kantoor is veel te doen. Innoveren bijvoorbeeld. Innovatie
is een toverwoord geworden. Letterlijk betekent het gewoon iets nieuws
invoeren. Bedrijven omschrijven zichzelf graag als innovatief, hangen er
hun imago aan op en verlenen er reputaties aan. Waarom?
Kantoorinnovatie is gebaseerd op nieuwe vormen van informeren
en communiceren. Nieuwe technologie (ICT) opent de deur naar flexibeler
werkwijzen. De vaste werkplek is niet langer een standaard. Het begrip
flexibilisering appelleert aan de idee dat verandering en dynamiek op zichzelf
positief zijn. Dit boek verkent de aanknopingspunten tussen de economische
wetenschap en economische ontwikkelingen enerzijds en de veranderingen in
kantoorhuisvesting en de theorie over kantoorinnovatie anderzijds. Het betreft
dus een onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden van de economische
wetenschap op het onderzoek naar kantoorinnovatie. Dit is een theoretische
invalshoek. Hierbij wordt kantoorinnovatie van binnenuit het kantoorbedrijf
bekeken. Daarnaast beschrijft het een evaluatie van kantoorinnovatie als een
reëel economisch verschijnsel, waarbij kantoorinnovatie gesitueerd wordt in
actuele maatschappelijke ontwikkelingen.
Het onderzoek is overwegend gebaseerd op economische
literatuur. De literatuur is systematisch doorgenomen rond verschillende
probleemgebieden. Verder is er een conceptueel model ontwikkeld, waarin
kantoorinnovatie vanuit een economisch perspectief kan worden bestudeerd. Dit
model zoekt aansluiting bij het model van kantoorhuisvesting van Van der Voordt
(zie: Kosten en baten van werkplekinnovatie, ISBN 90-807720-1-1), maar
onderscheidt zich op wezenlijke punten. Het model biedt mogelijkheden om
uitspraken te doen over de economische effecten van kantoorinnovatie. Frankema
vertaalt economische effecten naar de begrippen efficiëntie en productiviteit.
Die weer kunnen worden vertaald naar het bredere begrippenpaar kosten en baten.
Tot slot is gepoogd een bijdrage te leveren aan de wetenschappelijke en
maatschappelijke ontwikkeling van het onderwerp, waarbij veel aandacht is
besteed aan het multidisciplinaire karakter van het onderzoeksthema.